|
Planten namen |
Dklpnzvl
:
18-01-2008 | Een wetenschappelijke naam van een plant noemen we taxon (meervoud taxa), ongeacht welk niveau
(familie, geslacht, soort enz.)
Je kan wetenschappelijke plantennamen indelen in twee groepen
Botanische namen (I)
Horticulturele namen (II)
I ***Botanische taxa***
- taxon boven soort niveau (1a)
- taxon op soort niveau (1b)
- taxon lager dan soort niveau (1c)
- taxon op hybride niveau (1d)
(1a) taxon boven soort niveau (waarbij hier de belangrijkste):
- geslacht (Genus)
vb. Fagus (Beuk), Quercus (Eik), Castanea (Kastanje), Salix (Wilg), Populier (Populus)
- familie (stam type geslacht + standaarduitgang aceae)
vb. - Fagaceae - (Beukenfamilie)
omvat naast het type geslacht Fagus, ook de genera Castanea, Castanopsis, Chrysolepis, Lithocarpus,
Nothofagus, Quercus en Trigonobalanus
vb. - Salicaceae - (Wilgenfamilie)
omvat 55 genera waaronder de bekendste Salix, Azara, Idesia, Populus
vb. - Sapindaceae - (Zeepboomfamilie)
omvat 135 genera waaronder Sapindus, Acer, Aesculus, Koelreuteria enz.
- orde (stam type geslacht + standaarduitgang ales)
vb. - Fagales -
omvat naast de Fagaceae ook volgende families: Betulaceae, Casuarinaceae, Juglandaceae, Myricaceae,
Nothofagaceae, Rhoipteleaceae, Ticodendraceae
(1b) specifiek taxon
opeenvolgende opbouw:
geslachtsnaam met beginkapitaal, spatie, soortaanduidend epitheton
vb. Gewone Beuk
- Fagus sylvatica -
(1c) infraspecifieke taxa (belangrijkste met hun respectievelijke afkorting):
ondersoort (subspecies) – subsp.
variëteit (varietas) – var.
vorm (forma) – f.
opeenvolgende opbouw:
geslachtsnaam met beginkapitaal, spatie, respectievelijke afkorting van infraspecifiek epitheton,
respectievelijk infraspecifiek epitheton
vb. subspecies van Rhododendron campanulatum.
- Rhododendron campanulatum subsp. aeruginosum -
vb. varietas van de in noordoostelijk Azië voorkomende Siberische Appelaar
- Malus baccata var. mandshurica -
vb. forma van de Amerikaanse Beuk, met behaarde bladeren.
- Fagus grandifolia f. pubescens -
(1d) hybride of kruising
opeenvolgende opbouw:
Geslachtsnaam met beginkapitaal, spatie, maalteken, hybride aanduidend epitheton
vb. De kruising tussen Cordyline banksii en Cordyline pumilio
- Cordyline ×gibbingsiae -
OF, als er (nog) geen hybride aanduidend epitheton bestaat
Geslachtsnaam, spatie, soort aanduidend epitheton ouder 1, spatie, maalteken, spatie, soort
aanduidend epitheton van ouder 2
vb. Kruising tussen Noorse Esdoorn en Shantung Esdoorn
- Acer platanoides × truncatum -
OPMERKINGEN:
Vaak (vooral in wetenschappelijke publikaties)
worden alle specifieke en infraspecifieke epitheta (van geslacht tot forma dus) in vette en schuine
druk gezet. De voorvoegsels en het maalteken worden in gewone druk gezet.
Supraspecifieke epitheta (hoger dan geslacht) worden zelden in vette en schuine druk gezet.
Het hybrideteken is een maalteken: ×, géén letter x.
|
Dit bericht is gesloten. U kunt niet meer reageren op dit bericht
|
|
|